KEES BRUSSE TUSSEN PAPEGAAIEN EN KANGOEROES
Interview door Ab Zagt

De in Australië wonende Kees Brusse was een vaste acteur van Bert Haanstra. 'Bert begreep de mensen.'

Kees Brusse: 'We verstoppen ons de hele dag met al die computers, maar als je naar de bioscoop gaat wil je toch ontdekken hoe de andere mens in elkaar steekt?' Ondanks een intercontinentale vlucht van ruim twintig uur en de onvermijdelijke jetlag maakt Kees Brusse (82) anderhalve dag na zijn landing in Nederland een bewonderenswaardig montere indruk. Aan zijn geheugen mankeert bijvoorbeeld niets.

Anekdotes uit zijn vakgebied van meer dan een halve eeuw oud vliegen over tafel. Opvallend zijn de plastic buisjes die uit zijn neus komen en verbonden zijn met een draagbaar zuurstofapparaat. Ze zijn nodig vanwege longemfyseem. ‘Sommige mensen schrikken zich rot als ze dit zien,' licht Brusse toe. ‘Kennelijk willen ze iemand, die zij goed van gezicht kennen, niet zo onder ogen krijgen. Ik zeg altijd maar dat dit ook een vriend van mij is.' Meteen daarop geeft de acteur een waarderend klopje op het zuurstofmachientje dat naast hem op een stoel zachtjes staat te ronken.

Kees Brusse is nog enigszins ontroerd. De ontmoeting met oude bekenden in Artis, waar het complete oeuvre van Bert Haanstra net op dvd is gepresenteerd, heeft hem zichtbaar aangegrepen. Zijn stem klinkt dan ook in het begin een beetje broos. 'Het is altijd mooi om een aantal oude maten, zoals Jan Blokker en Rimko Haanstra, terug te zien. Mensen die je niet vergeten zijn. Dat is heel ontroerend. Zo vaak vlieg ik als gevolg van mijn gezondheid niet meer vanuit Australië naar Nederland. Maar ter nagedachtenis van Bert Haanstra wilde ik graag een uitzondering maken.'

Voor Bert Haanstra was Kees Brusse de favoriete acteur. Ze maakten samen vier speelfilms, waaronder Dokter Pulder zaait papavers (1975), gebaseerd op een boek van Anton Koolhaas. 'De films van Bert zo zijn ongelooflijk Nederlands. Hij laat in zijn werk zien hoe mensen eigenlijk zijn. We verstoppen onszelf de hele dag, zeker tegenwoordig met al die computers, maar als je naar de bioscoop gaat wil je toch ontdekken hoe de andere mens in elkaar steekt? Zo heb ik er altijd tegenaan gekeken.'

Zijn professionele verstandhouding met Haanstra omschrijft Brusse als de combinatie van twee gelijkgestemde zielen. 'Bij Bert op de set hoefde niet te veel geouwehoerd te worden. Als acteur moest je hem een aanbieding doen. Zo en zo speelde je je rol. Bert zorgde er dan wel voor dat de rest van de set mooi in beeld werd gebracht.'

Volgens Brusse heeft het oeuvre van zijn vriend blijvende waarde. Dat ondervond hij onlangs in Melbourne toen daar Dokter Pulder zaait papavers werd vertoond voor een lokaal publiek, dat deels uit Nederlandse immigranten bestond. 'Zelfs mensen die onze taal niet machtig waren, genoten van de film. Dat toont maar weer aan hoe universeel het werk van Bert is. Verteltempo's mogen veranderen, wat hij over mensen heeft te zeggen, zal iedereen altijd blijven aanspreken.'

Duidelijk minder te spreken is Kees Brusse over wat hij soms op een immigrantenzender aan recent Nederlands drama onder ogen krijgt. Zonder als een oude zeur te worden afgeschilderd, laat zijn oordeel niets aan duidelijkheid te wensen over. 'Ik word er lichtelijk bedroefd van. Mag ik het zo zeggen? Waarom? Omdat het zo brutaal is, zo zonder inhoud. Na tien minuten is men al zes keer met elkaar naar bed geweest. Moet ik doorgaan? En het acteren van die zogenaamde soapsterren... Ze kunnen niet langer dan een halve minuut in hun rol blijven. Het is zo armoedig.'

Hoe anders was het in zijn begintijd. Brusse kan nog met smaak vertellen hoe hij als 16-jarige door de legendarische Rotterdamse regisseur en acteur Cor van der Lugt op zijn nummer werd gezet toen hij op een verkeerde manier het toneel opliep. Op zijn Rotterdams zijn inspirator imiterend: 'Wie loopt daar met zijn poten in de klei te trappen? Is dat die jongen van Brusse?' Later vroeg Brusse aan Van der Lugt waarom hij het doelwit was, terwijl er zoveel andere jongere acteurs rondliepen. 'Hij antwoordde: "Heb je daar later nog wat van gehoord dan?".'

In de Nederlandse filmwereld maakte Brusse furore in tal van films, onder meer van Pim de la Parra en Wim Verstappen. Hij had een rol in de erotische film Blue Movie . De acteur was zich destijds van geen kwaad bewust. 'Ik had geen idee waar die film over ging,' herinnert Brusse zich. ‘Pim heeft mij er min of meer ingeluisd. Ik heb Blue Movie dan ook nooit willen zien. Toch heb ik later weer wel met Pim en Wim samengewerkt, omdat zij de Nederlandse speelfilm nieuw leven inbliezen. In een van hun producties, VD , speel ik zelfs één van mijn beste filmrollen.'

Zelf heeft Brusse, ondanks zijn gevorderde leeftijd, zijn ambities als acteur nog niet opgegeven. Uit zijn nieuwe vaderland heeft hij een scenario meegenomen dat hij nog hoopt te verfilmen. ‘De titel is Don't Die Before You Die,' zegt hij met een schalkse blik, bedoeld om de speciale betekenis van de titel bij zijn gesprekspartner door te laten dringen. 'Het gaat over een hoogleraar in de ethiek die zich in de Kimberleys, een van de mooiste afgelegen delen van Australië, heeft teruggetrokken. Daar ontmoet hij een Aboriginal-vrouw. Van haar leert hij wat het echte leven voorstelt. De man heeft zich de hele tijd met de theorie van het bestaan beziggehouden, nu ervaart hij de praktijk.'

Zelf voelt Brusse zich in Australië, waar hij in de bossen buiten Perth woont, helemaal op zijn gemak. 'Het leven daar, tussen de papegaaien en de kangoeroes, bevalt mij uitstekend. Ik kan daar lekker anoniem leven, wat soms wel prettig is, zeker als er rare verhalen over je in de Nederlandse pers verschijnen.' Daarmee zinspeelt Brusse op roddelverhalen, waarin zijn derde, aan kanker lijdende echtgenote hem van onverschilligheid over haar ziekte betichtte.

In zijn leven en werk is Brusse het avontuur nooit uit de weg gegaan. 'Dat heb ik vermoedelijk van mijn vader, de schrijver van Boefje, die ik overigens nauwelijks heb gekend. Ook ik ben iemand die niet stil kan zitten. Je moet, zeker met mijn huidige gesteldheid, in beweging blijven. Anders kan het universum je geen duwtje geven.'

Algemeen Dagblad, 26 september 2007